10-08-16

VRT-journaal

Nog even terug naar de Poëziebus. Op de eerste dag van de Tour 2016 maakte het VRT-journaal opnamen op de Dageraadplaats in Antwerpen.

Het journaalitem is hier te zien.
 
Het gedicht waarvan de eerste strofe te horen is staat hier.


08-08-16

Na de Tour

Nee, niet de Tour de France. Wel een Tour de Force, zeker, maar een Force Créatrice: de Poëziebus Tour 2016. Hij ging van start in Antwerpen op 1 augustus en eindigde via Leuven, Brugge, Gent, Hasselt, Nijmegen, Groningen, Meppel en Utrecht in Rotterdam op 7 augustus. Hij was onvergelijkbaar en zal onvergetelijk blijken.

Dank jullie: Irene, Miranda, Theo, Remco, Sven, Arthur en Bas. Jullie zijn keien. Dank je, Frans, je weet waarvoor.
Dank jullie: Jana, Hugo, Martin, Meliza, Michiel, Lies Jo, Younes, Pieter, Richard, Mon, Jill, Wibo, Saskia, Joy, Daan, Gijs, Elten, Esa, Karin, Burnice en Demi. We hebben waargemaakt wat de Poëziebus wil brengen: een grote variatie in leeftijden en stijlen, met kwaliteit als verbindende factor. Ik heb me geen seconde verveeld en geloof me, dat is bij de (vele) poëzievoordrachten die ik bijwoon wel eens anders. Maartje, wat had ik je graag langer bij ons gehouden.
Dank jullie, gastheren en -vrouwen ter plaatse. Wat een feest om zo te worden ontvangen.
Dank jullie: alle gastdichters. Reinier, wat een verrassing! 
Dank jullie: Stan, Nicole plus dochter, Anneke, Margriet, Wim, Mariet, José en alle anderen die naar ons kwamen luisteren.  
Dank jullie: alle media die opnamen maakten en over ons schreven.

Hieronder een gedichtje dat ik wel bij me had, maar niet heb voorgedragen omdat je nu eenmaal niet alles kan doen. Als ik het weer lees of voordraag, zal ik voortaan (ook) aan jullie denken.

NIET JE OGEN

het knipogen van sterren
champagne
een druppel op een blad na regen
niet je ogen, maar het licht erin

in het donker, achter dichte ogen
geheugen van mijn vingertoppen
kleine schatkist van wat bleef

niet jij, niet ik, maar dat wij waren



Dageraadplaats Antwerpen, 1-8-16

De line-up voor Barbóék, Leuven, 2-8-16

Barbóék Leuven, 2-8-16









12-06-16

Heren

Een hele tijd geleden al stuurde Aurora Guds me haar gedicht 'Dames' en vroeg of ik er met een gedicht op wilde reageren. Dat wilde ik, maar tot mijn schande raakte het in het vergeetboek. Tot we, samen met Maria van Daalen en Antoinette Sisto, op 5 juni zouden voordragen in 'Het einde van de wereld' op de boot aan de Javakade in Amsterdam. Die gelegenheid konden we niet voorbij laten gaan en ik schreef  'Heren'. Dave Bouw, die was komen luisteren, vroeg of ik zo over mannen dacht. Nee hoor. Dit gaat over heren, en nog een bepaald soort ook. En ze bestaan vast ook in een vrouwelijke variant. Wie de schoen past...
Aurora vroeg of ik haar het gedicht kon sturen zodat ze het samen met haar Dames thuis op de wc kon hangen. Zo'n ereplaats kan je niet laten schieten. En dus maakte ik dit.


01-06-16

Engelmakers

In de laatste week van april heb ik in de Haagse Kunstkring meegewerkt aan een project rond de film 'Der Himmel über Berlin' van Wim Wenders. Het project is bedacht en opgezet door Rob Thuis, er deden veel mensen aan mee en het was magnifiek. Ik schreef er o.a. het onderstaande gedicht, geïnspireerd door het werk 'De hemel boven Den Haag' van Willem Jager, dat net als alle werken in het project gaandeweg de week ontstond (en aan  het eind weer werd afgebroken). De tweede strofe werd in het werk verwerkt. Ron Sikking legde het geheel vast op film. Op 2:06 zie je me aan het werk, op 8:16 flitst De hemel boven Den Haag voorbij en op 11:37 draag ik het gedicht voor. Neem een kwartiertje om de hele film te bekijken. Ik zat meteen weer in de sfeer van toen en ben benieuwd of er ook iets van overkomt als je er niet bij was.








SCHEUREN

geen doorbraak zonder tranen
een kind baant zich een weg
naar licht en scheurt daarbij zijn moeder
zijn eerste tand boort zich met pijn
door zacht jong vlees. we worden
harder taaier droger en ten slotte
graaft een ander ons een graf
en splijt daarvoor de aarde

wat zien wij anders in de hemel
dan een kans om zonder wee, zonder gewicht
te stijgen naar een hoogte die geen val kent
we willen Hermes zijn, maar we zijn Icarus

engelmakers zijn we, vleugelloos
dromen we van zweven. als kind
bedacht ik me een papegaai. in bed
bewaakte hij mijn rug. draaide ik me om
dan vloog hij naar mijn andere kant
ik zag hem nooit, maar wist dat hij
er was, mijn groene engel zonder naam

18-05-16

Zuiderpark

Op zondag 22 mei mocht ik een kwartier vullen met gedichten in het Haagse park waar ik zestig jaar geleden naar het Sprookjestheater van Anneke Elro ging kijken, vijf cent mee om in de pauze een dropveter te kopen, waar ik schaatste op de opgespoten speelweide, waar ik één keer met vader en broer naar ADO ging kijken. Dit gedichtje nam ik natuurlijk mee.

ZUIDERPARK

ik ben hier eeuwig vier. met ogen dicht
zou ik nog weten: Zuiderpark
de struiken ruiken hier
naar dropveters

ik loop hier onbegrensd
binnen de perken
in het Openluchttheater
wordt mijn leven opgevoerd

09-04-16

Gedicht en dans

Het was spannend, afgelopen zondagmiddag 3 april in De Paulus in Oegstgeest. Ik heb eerder voorgedragen met muziek, maar nog nooit samen met een danser zónder muziek. En dan had Jozef Sloots, die ik heb ontmoet toen we beiden dansten in de theaterdansvoorstelling 'My tasteful life' bovendien bedacht dat ik ook wat passen moest zetten. Lastig hoor, zo je concentratie verdelen en het ging (bij mij) ook niet helemaal zoals het bedoeld was. Maar de toehoorders reageerden overwegend positief en misschien doen we nog wel eens iets samen. Ik koos voor ons eerste gezamenlijke optreden o.a. dit:

Fragment

Een klein cadeau vandaag. De felle wind
legde een snipper in mijn voorportaal;
verkreukeld stukje uit een oud verhaal,
jong handschrift, bijna nog dat van een kind.

Het heeft, lees ik erin, vergeefs bemind.
'Waarom', ontcijfer ik uit krabbelhaal;
'Je hield' en 'doorgaan'. Brabbeltaal,
maar zacht gekwetst en triest van tint.

En ik herinner me het kind van lang
geleden dat haar liefde voor zich hield,
te groen en te verlegen en te bang.

Een andere spijt misschien, dezelfde drang.
Ik kan niet weten wat haar heeft bezield:
haar pril begin, mijn veel te late zang.





18-12-15

Voor Jan


Jannen genoeg, dat is het punt niet.
Waar het om gaat is welke Jan ik ben.
Noem ik mezelf Jan Salie of Janhen,
Jan zonder Land, Jan zonder Vrees?

Ik word Jan zonder Land, dat past het best.
Dan kan ik altijd alle kanten uit.
Standvastig twijfelaar, dat wordt mijn stiel.
Diefje met verlos, maar zonder buit.

Wat mij in handen valt, geef ik terug.
Maar niet voordat ik het heb omgesmeed
en gepolijst. Pas als het glanst en gloeit,
laat ik het zien. Toch wil ik dat je weet:

nooit is iets af, ik nog het minst.
Heel mijn leven tot de vlucht bereid,
ben ik ogenschijnlijk weggevlogen,
maar ik ben onvoltooid verleden tijd.


Op 16 december 2015 werd in Delft 'Zo wil ik bedoeld zijn' gepresenteerd, het postume debuut van dichter Jan Boerkoel (Delft 1945-2010). In het bovenstaande probeerde ik bij de presentatie iets van hem in woorden te vangen. Maar nog veel beter leer je Jan kennen door zijn gedichten te lezen. Margriet van Bebber nam het initiatief voor de bundel en maakte samen met Mariet Lems een omvangrijke selectie (111 gedichten) uit een nog veel omvangrijker nagelaten oeuvre. 

Het werk van Jan Boerkoel verdient het om nog heel lang géén voltooid verleden tijd te worden. Doe jezelf een plezier, stuur een mail en bestel de bundel. 


16-11-15

Daden

Op de tv huilt een vrouw. Het is 14 november 2015, Parijs. Misschien heeft ze de dag ervoor haar ramen gewassen.


Daden

Ze stonden op, een man, een vrouw,
in flatgebouwen die elkaar aankeken.
Zij vulde een emmer, hij laadde zijn wapens.

Ramen zullen weer vuil worden, mensen niet meer
opstaan. Iemand zal een boek schrijven,
brieven in dossiers stoppen. Niemand zal vastleggen

hoe de vrouw haar lichaam rekte, van de ladder stapte,
de zeem uitspoelde, de radio aanzette,
iets hoorde wat ze niet begreep.


(Eerder gepubliceerd in 'De Vrede van Den Haag', R.G. Ruijs Stichting, 2011, Vleugels van cement, 2012, de Nederlandse Poëzie Encyclopedie, 2012, de Haagse Poëzieroute, 2014 en (in een Turkse vertaling) in het tijdschrift Güncel Sanat, maart 2015)

29-10-15

Tuin

Op 28 oktober 2015 voorgelezen aan bezoekers van Herinnering Verlicht op begraafplaats De Nieuwe Ooster in Amsterdam, een dag later gepubliceerd door Raymond Noë in zijn Laurens Jz Costerlijst en op 19 juni 2016 samen met een plantje aangeboden aan bezoekers van De Nieuwe Ooster:

Tuin

In mijn hoofd is langzaamaan een tuin gegroeid.
De zon schijnt er altijd, er bloeien blauwe bloemen.
Onder een dikke boom een bank. Ik ga er zitten
en krijg gezelschap. Soms komt die en dan weer die of die. 

 We praten. 'Ik mis je”, zeg ik en de ander zegt:
'Ik was er toch? We dansten, schreven, lachten, weet je nog?
Ik raakte je, daar was ik blij om. Had je het willen missen?'
'Nee,'  zeg ik, 'nee, dat niet. Maar blijf je komen?'
'Zolang ik kan. Dat is beloofd. Dit is een mooie plek.'

In mijn hoofd is langzaamaan een tuin gegroeid
die ik steeds vaker zal bezoeken. 



foto Jan ter Heide

18-09-15

Scheppers

Samen met mijn Divers-collega's Frida Domacassé, Mariet Lems, Wim Hartog en Wout Joling en met vertaler Wim Tigges bezig met een tweetalige bundel gedichten bij Ierse foto's van Mariet. Op 20 september 2015 vertelden Mariet, Wim Tigges en ik er iets over in de literaire salon van de Haagse Kunstkring. Mariet had het over het ontstaan van het project, Wim over wat hij tegenkwam bij het vertalen en ik over het dichten bij een afbeelding: hoeveel vrijheid kun je je veroorloven? Ik gebruikte er dit voorbeeld bij:

Scheppers

Op een dag hadden we er genoeg van.
We gingen na wat we zeker wisten
en pakten het in een rugzak.

Die was niet zwaar. We sjorden hem om
en verlieten het huis. Dat we opnieuw
ballast zouden vergaren was op dit ogenblik

van geen belang. We gingen schoonheid
scheppen door niets doen. In wat we verlieten.
We waren de God van schimmels en spinnen.

Zij gedijden, natuurlijk, zonder ons.
Wij - we kunnen niet anders - ontwierpen
een nieuwe orde. Tot we ook daarvan.

foto Mariet Lems

12-08-15

Bovenkamers

Als vijfde in een rij heb ik voor het kunstproject Bovenkamers in de Haagse Kunstkring iets toegevoegd aan Kamer 2. Componiste Marion de Laat, beeldend kunstenaar Caro Rambonnet, fotograaf Wim van Ophem en theatermaker Henk Boelmans Kranenburg gingen me voor. Na mij hebben beeldend kunstenaars Boudewijn Schrijver en Kees Wattjes hun stempel op Kamer 2 gedrukt. Ron Sikking heeft een film gemaakt van het project, waarin Tatiana Radier, Rein Edzard en Anita Poolman een deel van de gedichten uit de Kamers voordragen (Anita leest mijn 'Après Spock'). Er is ook een film met voordracht van alle voor het project geschreven gedichten.
Het voltooide geheel is geopend op 26 september 2015 en was te zien t/m 25 oktober.
Hieronder een van de gedichten die ik aan Kamer 2 heb toegevoegd. Het is een al eerder gepubliceerde tekst die - wrang als hij is - erom vroeg er in deze kamer bij te mogen. Het gedicht is geschreven nadat ik het bericht had gelezen over de achtjarige Jesse, die in 2006 in zijn basisschool werd vermoord door een hem onbekende 22-jarige plaatsgenoot. Die was de school binnengedrongen en trof Jesse aan toen hij even uit zijn klas was gelopen om iets te pakken. Een van die momenten waarop alles stilstaat.  


Jesse


zaterdag: onder water gezwommen. ik was niet bang.
zondag: oma was er met stroopwafels.
maandag: sommen tot de honderd!
dinsdag: brief aan sint geschreven.
woensdag: kabouter gekleid. hij mocht mee naar huis.
donderdag: dode vogel gezien.
v

05-08-15

M


Ze is een jonge hond
pootjes alle kanten op

Korenbloemen is ze
zon verzekerd zolang zij

Ze is eten, drinken
praten tot het licht wordt

Nu is een ziekte
in haar lijf gedrongen
Nu gaat ze dood

En alle woorden vloeken
Alle zinnen breken
Ieder denken huilt


in memoriam Marijke 24-3-1946 - 5-8-2013

06-05-15

Jarig Woord en meer

- zondag 3 mei Jarig Woord met Jet Crielaard, Haagse Kunstkring. We werden 110. Ron Sikking maakte er een fraaie gefilmde samenvatting van.

Foto Anna van Vliet / HKK

- zondag 10 mei Dichters op de balustrade, Passage, Den Haag.

Foto Richard Mulder / De Etalage
- vrijdag 15 mei Literaire avond, Pulchri Studio, Den Haag.








- zondag 17 mei LiteRAR en Muziek,  galerie RAR, Spijkenisse.
Foto Koos Verkerk / RAR

- zondag 14 juni Juni Gedicht / Dichters in het gras, Westerpark, Amsterdam, 14 - 16 uur.
Foto Lizet van Kempen / HKK

18-03-15

Daden en Hoe het vergaat in het Turks

Dichter en schrijver Ibrahim Eroglu vertegenwoordigt in Nederland het in 37 landen verspreide Turkse tijdschrift Güncel Sanat ('Hedendaagse kunst'). Het maartnummer start met een artikel over Nederlandse poëzie, gevolgd door vertaalde gedichten van 18 dichters. Van mij vertaalde Ibrahim 'Daden' en 'Hoe het vergaat'.



Hoe het vergaat

Het is een kwestie van ogen.
Gisteren gingen ze waar ze wilden. Klommen in bomen,
volgden een eekhoorn. Vielen dicht als het zo uitkwam.

Het is een kwestie van oren.
Gisteren vingen ze stilte. Hoorden een blad vallen,
een noot kraken. Spitsten zich, speelse muizen.

Het was donker toen de vliegtuigen kwamen.
Het licht had weg moeten blijven. Hoe dom is de zon,
hoe zwart een blinddoek. Hoe doof kun je je maken.

'Daden' en 'Hoe het vergaat' zijn ook te vinden in 'Vleugels van cement', sinds het faillissement van de uitgever alleen nog bij mij te verkrijgen (bijna uitverkocht). 

27-02-15

Een prachtavond...

... was het, gisteren, in Bodega De Posthoorn. Het café waar ik al 50 jaar kom en waaraan opeenvolgende eigenaren gelukkig nooit iets hebben veranderd. Sinds een paar jaar is er maandelijks een poëziecafé. Presentatrice Anna Djerek gaf me alle ruimte om het hoofdprogramma samen te stellen. Margriet van Bebber, Aurora Guds en Jacoline de Heer zeiden ja en samen maakten we er iets moois van.
Een kwartier spreektijd is ruim voldoende als je gedichten leest en dus koos ik ter variatie deels ouder werk. Zoals dit. In 2003 prijkte het, mooi neergeschreven door de winkelier, enige weken op de etalageruit van een feestartikelenwinkel te Sint-Niklaas, als onderdeel van 'de min', een van de vroege kunstprojecten van Philip Meersman c.s. Gisteren mocht het weer eens uit de kast en kon ik vaststellen dat ik er nog helemaal achter sta ;-)  
ik stelde in gedachten
uit de minnaars van mijn leven
de ideale minnaar samen

van een nam ik de warmte in zijn ogen
het welkom in zijn armen
en van jou...

van een de lust waarmee hij vrijde
zijn lijf, zijn geur, zijn stem
en van jou...

van een de troost als ik die nodig had
de ruimte om te ademen
en van jou...

van een nam ik zijn fantasie
het altijd onverwachte
en van jou...

van jou neem ik alles
en alles en alles
en meer en meer en meer 

21-01-15

Hoog tijd...

... om dit zwaar verwaarloosde blog van wat vers bloed te voorzien. In het bericht 'Taal komt' (archief apr 11) staan berichten over vier voordrachten, a.s. zondag in Hoogeveen, op Gedichtendag in de Haagse Kunstkring, op 26 februari in Bodega De Posthoorn aan het Lange Voorhout, ook Den Haag, en op 8 maart in de Haagse Kunstkring, nu om het uitkomen van 'Hemeltrans' te vieren, de vierde bundel in de reeks '... voor bijna niks' die Kees Godefrooij in 2014 is begonnen. In 'Hemeltrans' staat onder andere dit gedicht:

Tafel

Deze tafel - plakplastic met figuurtjes, ruwe poten -
is sterker dan de tijd. Je gaat zitten, krijgt koffie,
bent nooit weggeweest. Kamer, ramen, platteland:
een warme samenzwering. Welkom terug.

Hier wordt het feest van alles is zoals het is gevierd.
Je zegt wat je eerder zei, spreekt niemand tegen.
Waarom zou je, ze houden van je,
zetten eten voor je neer. Dit is hun lichaam.

Onder het tafelblad vind je een scheurtje.
Met je ene hand houd je de andere vast.

09-08-14

Voorproefje

Van 3 t/m 28 september 2014 is in de Haagse Kunstkring, Denneweg 64, de tentoonstelling '1914, breekpunt in de geschiedenis' te zien.  Aan de tentoonstelling doen 23 beeldend kunstenaars mee. Elk van hen heeft uit het hoofdthema (1914 en de jaren ervoor: een hausse aan nieuwe ontwikkelingen in kunst, wetenschap, politiek, samenleving / de verstoring ervan door WO I / de nieuwe dingen die ook daar weer uit voortkwamen) een eigen onderwerp gekozen.

Op mijn initiatief hebben acht van deze kunstenaars samengewerkt met acht schrijvers of dichters. Ieder 'koppel' heeft de samenwerking op zijn eigen manier aangepakt. Het resultaat zal op de tentoonstelling te zien zijn. Op vrijdag 19 september om 20 uur vertellen drie van de koppels erover in het gebouw van de Kunstkring.

Ik heb samengewerkt met Gerrie Brust Bijmolt, die in twee collages het onderwerp 'migratie / de trek naar de stad' heeft uitgewerkt. Hieronder een weergave van onze samenwerking.

Gerrie Brust Bijmolt, Migratie 1
Migranten


misschien niet wat ik had gewild
maar er moest brood en ik had jou

ja, ik had jou en samen trokken we
we trokken naar het rood de stad

het rood de stad en in ons hart
behielden we het land het groen

het land het groen we droegen het
ons leven door en klaagden niet

we klaagden niet we hadden brood
ja, er was brood en ik had jou

mijn hele leven had ik jou


Edith de Gilde

Gerrie Brust Bijmolt, Migratie 2





11-03-14

Koninklijke kooi

Te zien in de Vitrine van Vertoon, Haagse Kunstkring, Denneweg 64, van 12 t/m 30 maart, wo t/m za 11-17, zon 13-17 uur.

06-02-14

Turing

Vijf maal Turing Nationale Gedichtenwedstrijd. Vijf maal meegedaan. Drie keer topduizend, één keer toptwintig, één keer tophonderd en in Met het oog op morgen. Redenen om te relativeren: genoeg. Redenen om mee te blijven doen: ook genoeg.

Op de knieën

Ik heb mezelf op bedevaart gestuurd.
Twijfel opgeschort, verwachting aangegord.

Vooruit jij, één voet voor de andere
en door door door tot je de plek ziet.

Dan op de knieën. Maak je zakken leeg.
Wat heb je nog te offeren? Moet wel iets zijn

dat je zult missen. Voor minder heeft geen god
het ooit gedaan. Wat zeg je, je verstand?

Had je dat niet allang verloren? Kom,
geef op dat hart. Leg het hier neer, zeg hardop

wat in je hoofd zoemt en geen ander horen mag:
Dood iedereen, maar laat mijn liefste leven.


In: Daar begint de poëzie (Van Gennep, Amsterdam, 2014)

27-10-13

Parallel

Nee, over een decemberfeest gaat dit niet. Maar voor de goede verstaander zal de parallel duidelijk zijn.


Andere ogen

Met een Arubaanse die ik liefheb
loop ik een rondje Lange Vijverberg.

Ik zie oranje lampen in de bomen.
Voor haar verft bloed de fraaie gevels rood.

Zie ik een ijsbaan in de gladde vijver,
zij hoe een slavenschip wordt opgetuigd.

Ze geeft me nieuwe ogen, die haar rood
voorgoed naast mijn oranje zullen zetten.

Ze mengen doen we niet. Haar oud verdriet,
mijn kinderlijk plezier, we maken plaats.

Dan is het tijd voor koffie. Het Voorhout
verwacht ons, statig en onaangedaan.


Uit: Vleugels van cement

01-10-13

Oktover

In 1980 stapte ik van het leraarschap over naar de afdeling projecten van wat toen NOVIB-Gast aan Tafel heette en nu Oxfam-NOVIB is. Hoofd van de afdeling was een jonge, briljante man die met zijn gezin het Chili van Pinochet was ontvlucht. Zijn Latijns-Amerikaanse tongval maakte van oktober steevast oktover, wat voor mij de magie van die maand aanzienlijk verhoogde.
Het was oktover in 2005 toen ik voor het laatst een strandwandeling maakte met mijn oud-Novibcollega en vriendin Clara. Kort daarna zorgden uitzaaiingen en de gevolgen van bestralingen ervoor dat haar wereld steeds kleiner werd, tot ze het in 2010 moest opgeven. Afgelopen zondag was haar geboortedag.
Een moment van die wandeling legde ik vast, nog zonder te weten dat het de laatste zou zijn. Ik zet het hier neer als herinnering aan twee bijzondere mensen in mijn leven: Rodrigo die allang weer in Chili is en daar nog heel veel heeft gedaan, en Clara die tot het laatst alles deed wat ze kon.


Tijd, plaats

oktober schreef de kalender
maar warmte wilde niet wijken
we hadden op het strand gelopen
dronken er koffie

rondom ons braken mannen
het terras waarop we zaten af
krimpend eiland zomer
in zee van herfst: wij twee

24-09-13

Spiegelen

Hoog tijd om dit verwaarloosde blog weer eens te verversen. Mijn dichtersleventje kabbelt voort: goede sessies met dichterswerkgroep Divers, af en toe ergens voordragen, nog altijd gedoe met voormalig uitgever - steeds als ik denk dat we het ergste nu wel gehad hebben, blijkt het nog een graadje erger te kunnen - en me het hoofd breken over opdrachten. Op het eerstkomende optreden, bij Werkstudio Kunstproef in Leiden, verheug ik me omdat het nieuw voor me is: met een aantal andere dichters onderdeel vormen van een tentoonstelling. We dragen tussen 13 en 18 uur op elk heel uur voor.
Thema van de tentoonstelling is 'Mijn huid' en ons werd gevraagd of we al een gedicht hadden over dat onderwerp. Dat heb ik niet, maar 'Spiegel' past er denk ik wel goed in. Die wordt het dus. En dan maar zien of er behalve van voordragen ook iets van schrijven komt. Spannend.

Spiegel

Andreus opgeslagen:
De andere gezichten zijn moeilijk
te geloven

Geloofde hij de spiegel meer?
Te veel zag hij -
hij sloeg hem stuk

Ik alleen woon in mijn huid,
de ander is iets wat ik aanneem
Ik ben iets wat de ander aanneemt,
neem ik aan

En de spiegel?
De spiegel liegt mij
De dichter die zich blootschrijft
laat mij mezelf zien

zoals alleen de ander kan

Uit: Vleugels van cement

01-07-13

Plekken

Voor de vijfde en voorlopig laatste keer schreven dichters bij werken van de jaarlijkse ledententoonstelling van de Haagse Kunstkring en voor de derde keer deed ik mee. Deze keer koos ik een werk van Ardi Brouwer, 'Sloterdijk'. Het boekje met alle gedichten + afbeeldingen van de kunstwerken (Woord beeldt uit) is voor een klein bedrag te koop in het fraaie gebouw van de HKK, Denneweg 64.

Ardi Brouwer, Sloterdijk



















Er zijn plekken

Er zijn plekken waar niemand wil wonen
behalve wie nergens wil zijn.

We snellen erlangs onder dak en op wielen
op weg naar een doel dat we denken te kennen.

Soms noodt ons iemand om toch maar te kijken,
dwingt ons oog naar een welomlijnd niets

dat plotseling wemelt van onbelicht leven:
tehuis van de duiven, de muizen, de ratten.

Een stapeltje dekens waaronder iets vaags
dat er is of er niet is – het wil niet gezien.

Er zijn plekken waar niemand wil wonen
behalve wie niemand wil zijn.

31-05-13

Twins

Twee zijn ze nu, de dochters van mijn zwager Peter en zijn Ierse vrouw Caroline. Twee en om op te vreten. Een tweejarige, tweetalige tweeling. Voor ze werden geboren, vroeg Peter, zelf dichter, aan een aantal bevriende schrijvers en dichters om iets te maken voor zijn nageslacht-in-wording. Dat het meisjes zouden zijn wist ik toen nog niet. Toen ik mijn gedicht af had, merkte ik dat ik onbewust had gedacht aan die andere tweeling uit mijn familie, de stoere Binq en Lev. Het is nogal vanuit de mannelijke psyche gedacht. Maar ook meisjes meten hun kracht. In alle talen.

To be twins
(for twins to be)

Ik droomde dat ik mezelf zag.
Niet in een spiegel, maar zoals je
een ander ziet. Ik zag en werd gezien. 

Zo is het, denk ik, als je samen uit één schoot
geboren wordt. Of is het juist een levenslange
strijd om de seconden, het bord linzen?

Liever als twee hondjes samen spelen, a Portrait
of the Artist as Two young Dogs. Kwispelend
de dagen in, slapen in dezelfde mand.

 O zeker, meet je kracht, ga het gevecht aan.
Neem jezelf en neem elkaar de maat. Maar weet:

je hoeft je hand maar uit te steken en je vindt jezelf.

Saskia en Laura, toen nog 1, met hun oma, mijn schoonmoeder Jacqueline, kort voor ze overleed, augustus 2012

19-04-13

Nostalgische bui

Als je, zoals ik nu, een beetje vastzit doordat er te veel gebeurt wat je zacht gezegd niet zint, zonder dat je er iets aan kunt veranderen, kan het prettig zijn even te ontsnappen naar een tijd die, alleen al doordat hij voorbij is, beter lijkt.
Afgelopen zondag kreeg ik die kans doordat ik in het programma Woord op Noord van Alexander Franken maar liefst twintig minuten met tekst mocht vullen. Meestal beperk ik me bij voordrachten tot recent gepubliceerd of nieuw werk, maar nu kon ik ook teruggrijpen. Dat deed ik o.a. naar de Liechtensteiner sonnetten, in 2000 e-mailend bijeengeschreven door vier dichters die elkaar op dat moment alleen nog van internet kenden. Het Liechtensteiner sonnet, uitgevonden door Chris Coolsma, is een streng gecomponeerd, klassiek sonnet met twee kwatrijnen, twee terzinen en een vast rijmschema. Het kent dichtregels van vier jamben, met twee uitzonderingen: de derde regels van de beide terzinen hebben er vijf. Inhoudelijk is de Liechtensteiner kritisch-satirisch.
Toen de vier dichters er in drie maanden honderd bij elkaar hadden gemaild, kwam er een ontmoeting en later een bundel. Ik bladerde, stelde vast dat kritiek en satire tijdgebonden zijn, maar vond er ook een paar van alle tijden, in ieder geval nog steeds van deze. Herinnerde me het plezier waarmee we ze maakten en was blij te merken dat dat plezier anno 2013 nog steeds valt over te brengen. Vandaag wordt er niet anders door. Maar het zet de zaken wel in perspectief.

Dikke bult


In deze overspannen tijd
wil de mens weer gaan cocoonen,
zich met zijn naasten graag verzoenen;
van domme ruzies krijgt hij spijt.

Helaas is het een keihard feit,
door geen verlangen weg te boenen,
dat ondertussen al miljoenen
leven in gespletenheid.

Het streven naar hereniging
lijdt ernstig onder seriële
monogamie. Wie wisselde van ring,

niet blijvend aan zijn partner hing,
moet nu zijn naasten veelal delen.
't Is slecht cocoonen in een exenkring.

Uit:  Mogen we éven @frekenen, Chris Coolsma, Edith de Gilde, Joop Leibbrand en Ans Wijnstroot. 

24-01-13

Mijlpaal


Vandaag vijfentwintig jaar geleden overleed, twee maanden voor zijn 42ste verjaardag, de man die ik negen jaar daarvoor had leren kennen, met wie ik acht jaar samenwoonde en vier jaar getrouwd was. Een kwarteeuw weduwe - mijlpaal waarvoor naar mijn weten geen woord bestaat. Als er een tegenhanger is van 'jubileum' zoals 'gecondoleerd' dat is van 'gefeliciteerd', dan ken ik die niet. Vaste rituelen bestaan ook niet. Dat vind ik niet erg, integendeel. Ik ga vandaag niet naar zijn urngraf op Ter Navolging - dat komt later wel. Vandaag neem ik de tijd. Tijd om te denken, te herdenken, te overdenken. Te denken aan de jaren voor die dag in 1988, maar ook aan de vijfentwintig die volgden. Aan de blijdschap omdat de nierpatiënt die Jack was niet meer naar de dialyse hoefde, geen operaties, geen zwaar dieet, geen medicijnen meer. Aan de woede omdat de levenskunstenaar die hij bovenal was niet meer van elke dag iets bijzonders kon maken, voor zichzelf en voor mij. Aan wat ik voor me zag. Een woestijn. Een zandvlakte aan leven waarin ik me een weg moest zien te banen. Een gelukkige relatie verbindt twee schijnbare tegenstellingen met elkaar: ze beperkt en geeft ruimte tegelijk. De éne keuze die je ooit hebt gemaakt, bepaalt oneindig veel andere. Die bedding is verdwenen. Vijfentwintig jaar in de woestijn? Nee, zo is het niet gegaan. Ik was nog jong, had veerkracht, vond wegen, bouwde een bestaan. Vol (maar niet té), bevredigend en van mij. Veel dagen hebben aan zichzelf genoeg en dat is goed. Maar vandaag licht ik eruit om mezelf rekenschap te geven van wat ik mis. Iets kleins is het. Een plekje in mijn hoofd. Het plekje dat van hem was. Van de levende, ademende mens. Er zijn herinneringen. Veel, rijk en onmisbaar. Niets had ik anders willen doen, niet voor 1988, niet erna. Maar vandaag mag ik missen.


afscheid

op de drempel van je sterven
pakte je mijn hand

vaarwel zweeg je
net voor de stap
naar nooit meer en voortaan
ik heb als jij gezwegen
maar je verstaan

30-12-12

Bijna 2013


net voor het smelten
nog even op je gemak
een vorm aannemen

'uitbuiken', thuis, oostterras, december 2010

ik wens je een goed jaar

20-11-12

Tableau Turkije

Meegedaan aan een tentoonstelling die tot stand is gekomen door samenwerking van de Haagse Kunstkring, Openbare Bibliotheek Den Haag en de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten, ook in Den Haag. Tien Nederlandse gedichten, elk gekoppeld aan een vertaald Turks gedicht, werden vormgeven door academiestudenten. Mijn bijdrage werd gekoppeld aan 'Deze regen' van Necip Fazil Kisakürek en dat bleek een gelukkige combinatie. Tweedejaars grafisch ontwerpen Octavia van Horik schreef over haar werk:  "In het eerste gedicht heeft de hoofdpersoon heimwee naar zijn moederland Turkije. De Turkse vlag staat symbool voor zijn treurige gemoedstoestand. Daar heb ik regen aan toegevoegd. Regen omringt de hoofdpersoon als een grauw waas, zelfs wanneer de zon schijnt. In het tweede gedicht leg ik verband tussen de regen en een gesloten deur. Om door de uitgang te komen moet men de regen trotseren." De tentoonstelling was t/m 30 november 2012 te zien op de tweede etage van de bibliotheek aan het Spui.















eerste gastarbeider, 1965

ik zag hem vaak in de Stationsstraat,
schouders opgetrokken, winterjas
als opgezette veren om zich heen.

hij keek niet op of om. gesloten deuren
links en rechts. ook als de zon scheen
liep hij in de regen.

ik zag hem, maar ik wist niets van
de open huizen in het land
achter zijn ogen, van de verre vrouw.

het grauwe waas dat hem omringde
verried de kleuren van Turkije niet,
hield de verloren warmte binnen.

06-11-12

Vastleggen

Ik geef het toe: ik aarzelde. Niet over mijn plan om vier poëzierecensenten uit te nodigen om met mij en de toehoorders in de Haagse Kunstkring in gesprek te gaan over hun werk en over poëziekritiek in het algemeen, maar wel over het voorstel van een van de deelnemers, Rutger H. Cornets de Groot, om de discussie op film vast te leggen. Het zal ouderwets zijn - nee, dat ís het - maar ik kan genieten van het onherhaalbare: een voorstelling, concert, lezing, die nu eens níet wordt vastgelegd. Als je erbij bent en het is iets, dan heb je geluk en anders: jammer. En eerlijk gezegd vond ik het ook een beetje eng om gefilmd te worden.

Ik ben er in het geval van deze discussie op teruggekomen. Marian Zult heeft hem (haar eigenlijk, maar dat klinkt net zo ouderwets als ik zelf ben) mooi sec vastgelegd. Het is of je erbij bent; ik weet dat er mensen zijn die graag hadden willen komen en echt niet konden en de film is na één dag al vaak bekeken.
Dank dus aan Rutger, voor zijn deelname aan de discussie én voor zijn initiatief tot het maken van de film en, in dezelfde adem: aan Marian en aan Paul Combrink voor de film, aan de drie andere recensenten op het podium: Johanna W.P. Hell, Edwin Fagel en Willem Tieske Derks, aan de HKK-leden die mij hun onmisbare steun gaven en aan degenen die er op 28 oktober 2012 in levenden lijve bij waren.

31-07-12

Verkeerde woorden?

In de tweede editie van de Turing gedichtenwedstrijd belandde een van mijn inzendingen in de toptwintig en mocht ik een avond doorbrengen op een onmogelijk zittend designstoeltje op een podium in de Amsterdamse stadsschouwburg. Huub van der Lubbe las het gedicht voor en dat deed hij goed.

Later dat jaar nam ik het gedicht op in Vleugels van cement. In de eerste drukproef waren veel regels verkeerd afgebroken, ook in deze 'Verkeerde woorden'. Dat had verholpen kunnen worden, maar ik voorzag dat de bladspiegel er dan niet mooier op zou worden. Ik sloeg aan het herschrijven en merkte tot mijn verbazing - en lichte ontzetting - dat ik in dit gedicht en in nog een stuk of vier andere niet alleen zonder veel moeite een aantal woorden, zinsdelen en zinnen kon schrappen en veranderen, maar ook dat de gedichten daar beter of in elk geval niet slechter door werden.
Neem van mij aan dat ik streng ben op mijn teksten. Voeg daarbij dat alle gedichten uit de bundel behalve langs mijn kritische blik ook langs die van een aantal anderen waren gegaan, waaronder niet de minsten in het vak. En weet dat iets nooit af is en je soms tegen de verdrukking in tot iets beters kunt komen.
Voor de prijsuitreiking heb ik op verzoek van de NTR een filmpje gemaakt waarop ik het gedicht voordraag - en waaruit blijkt dat de wereld veel bespaard is gebleven doordat ik geen cineast ben geworden. Op dat filmpje gebruik ik natuurlijk nog de oude tekst. Hieronder staat de huidige. Hoor je de verschillen?

Verkeerde woorden 

Het is zo’n dag waarop alleen verkeerde woorden
samen met hem opstaan, zich uitrekken, pontificaal
voor hem gaan staan. “Weet je nog wat er gebeurde
toen je ons gebruikte?” Hij weet het weer.

Het eerste uur vraagt nog niet veel, misschien
kan hij het in de waan laten dat alles bij het oude is.
Hij acht de kans niet groot, zo’n uur is ook niet gek.
Voordat het om is heeft het hem al drie keer uitgelachen.

Oké, nu geen paniek. Er is niets wat je niet kent.
Streep alles door in je agenda. Telefoon eruit,
de bel af. Kruip weer in bed, dekens over je hoofd.

Het bloed dat in zijn oren gonst. Het vloekt, het scheldt.

Hij is hier niet, neuriet een wijsje dat nog niet bestaat.
Het helpt, verdomd, het helpt. Kan het zo simpel zijn?

Bedenk een lettergreep en nog een. Proef ze. Pas ze.
Zeg a – e – i – o – u en steek je tong uit. Grijns.